Wat is autisme?


Autisme is een ontwikkelingsstoornis, die vaak al in de eerste levensjaren aan het licht komt.

De ontwikkeling van het kind verloopt op meerdere ontwikkelingsgebieden anders. Autisme kent vele verschijningsvormen en kan dus bij iedereen op een andere wijze tot uiting komen. Bij de één is direct zichtbaar dat er iets aan de hand is, terwijl de ander ogenschijnlijk probleemloos door het leven gaat. Er zijn meerdere vormen van autisme.

Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is de verzamelnaam voor de verschillende vormen van autisme. De term spectrum wordt gebruikt in de zin van een veelkleurige waaier, waarmee aangegeven wordt dat er een grote diversiteit is in de manier waarop autisme zich uit. In de nieuwe versie van het handboek voor psychiaters (DSM-5) zal ASS de officiële benaming worden voor alle vormen van autisme.

Bij mensen met autisme werkt de informatieverwerking in de hersenen op een andere manier, dan bij mensen zonder autisme. Alles wat mensen met autisme zien, horen, ruiken etc. wordt op een andere manier verwerkt. En dat brengt een andere mix van sterke en zwakke kanten met zich mee.

Zo hebben mensen met autisme vaak een goed oog voor detail, zijn ze eerlijk, recht door zee, analytisch en hardwerkend, maar hebben ze moeite met overzicht houden en sociale contacten en hebben ze een opvallend beperkt aantal interesses of activiteiten.

De meeste mensen zien de wereld als een film, maar mensen met autisme zien de wereld eerder als een stapel losse foto's, zij zien minder samenhang. Hierdoor kost het hen veel moeite om te begrijpen wat er gebeurt. Ook snappen zij vaak niet goed wat andere mensen bedoelen of voelen.

Autisme zie je niet aan de buitenkant, maar het heeft grote invloed op iemands leven. Elke dag opnieuw.

Autisme kent vele gezichten. Sommige mensen met autisme zoeken weinig contact met anderen. Anderen doen dit juist heel actief, maar vaak op een manier die ‘vreemd’ overkomt. Er zijn mensen met autisme en een (lichte) verstandelijke beperking maar ook mensen met een hoge intelligentie. Sommige van hen kunnen een behoorlijk zelfstandig leven leiden, anderen hebben hun leven lang veel hulp nodig.

Ruim 1% van de Nederlanders – ongeveer 190.000 mensen - heeft een vorm van autisme.


Kenmerken


De meest voorkomende kenmerken zijn:

Beperkingen in de interactie
Mensen met autisme hebben problemen in de omgang met andere mensen. De manier waarop ze contact maken is vaak opvallend en ze slagen er vaak niet in om vriendschapsrelaties aan te gaan en te onderhouden. Ze voelen andere mensen niet goed aan en houden ook minder rekening met anderen. Verder valt bij voornamelijk kinderen op dat ze moeite hebben met het maken van oogcontact. In extreme gevallen kijken ze langs je heen. Ook het lachen als reactie op de lach van een ander, lijkt zich minder te ontwikkelen.

Beperkingen in de communicatie
De taalontwikkeling en de manier van communiceren verlopen vaak afwijkend. Een voorbeeld hiervan is dat de ontwikkeling van gesproken taal zich vertraagd of verstoord ontwikkelt. Voor mensen met autisme is het vaak moeilijk om gesprekken gaande te houden. Ze praten eerder tegen iemand dan met iemand. Zo praten ze bijvoorbeeld vaak over eigen interesses, zonder na te gaan of de ander daar ook in geïnteresseerd is of zelfs op de hoogte is van dat onderwerp. In het taalgebruik kunnen eigenaardigheden zitten, zoals het regelmatig herhalen van bepaalde woorden, opvallende klemtonen of juist eentonig praten. Voornaamwoorden, zoals ik en jij, worden door sommigen omgekeerd gebruikt.

Ook het spel van kinderen met autisme is vaak anders. Er worden geen of minder ´doen alsof´ en nadoen spelletjes gedaan. Het imiteren van gedrag van anderen is vaak moeilijk. Het spel blijft vaak concreet, zoals het stapelen, ordenen of laten bewegen van speelgoed. Soms is er juist sprake van teveel fantasie, waardoor ze het moeilijk vinden om het onderscheid te blijven maken tussen fantasie en werkelijkheid.

Zich herhalende stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten
Kinderen en volwassenen blijven vaak vasthouden aan routines en gewoontes. Daarnaast kan er sprake zijn van beperkte interesses en/of preoccupaties. Een preoccupatie is een overmatige gerichtheid op een bepaald onderwerp of (deel van) een voorwerp. Voorbeelden hiervan zijn het steeds draaien aan wieltjes van een auto of het langdurig praten over computers of treinen.

Wanneer routines verstoord raken, kan dat met forse moeilijkheden gepaard gaan, zoals boze buien of paniekaanvallen. Verder kunnen er bijzondere bewegingen voorkomen, zoals wiegen, fladderen met de armen of het maken van draaiende bewegingen met de handen of vingers.

Daarnaast zien we dat mensen met autisme zich houterig kunnen bewegen, een andere zintuigbeleving kunnen hebben (bijvoorbeeld overgevoelig of juist helemaal niet gevoelig zijn voor pijn, koude en warmte) en meer gebruik maken van nabijheidzintuigen (zoals het likken, ruiken en aanraken van voorwerpen).

Deze kenmerken worden meestal zichtbaar voor het derde levensjaar. Gedurende de levensloop veranderen de problemen en komen een aantal van de kenmerken minder op de voorgrond te staan. De problemen met de sociale interactie blijven meestal het opvallendst, ook bij volwassenen.

Mensen met autisme kunnen zintuiglijke informatie die binnenkomt in de hersenen (door horen, zien, ruiken etc.) moeilijk ordenen. Het lukt niet om er een betekenisvol geheel van te maken. De wereld bestaat dan uit losse fragmenten, waartussen weinig of verkeerde verbanden worden gelegd. Het leven wordt hierdoor onoverzichtelijk en chaotisch, waarop mensen reageren met het zogenaamde ‘autistische gedrag’.


Oorzaken


Over de oorzaken van autisme valt nog weinig te zeggen. Verschillende onderzoeken doen vermoeden dat autistisch gedrag ontstaat doordat de hersenen anders functioneren ( problemen in de informatieverwerking). Neurobiologische factoren, die nog niet precies bekend zijn, veroorzaken afwijkingen in het functioneren van de hersenen. Erfelijke factoren kunnen ook een rol spelen.


Verklaringen


Vanuit wetenschappelijk onderzoek zijn drie theorieën geformuleerd om het gedrag van mensen met autisme te kunnen verklaren.

De theorie van een zwakke theory-of-mind (TOM)
Het begrip theory-of-mind verwijst naar de vaardigheid van mensen zich te kunnen verplaatsen in de gevoelens, gedachten en bedoelingen van anderen. Dit is belangrijk om sociaal gepast te kunnen reageren. Mensen met autisme missen een intuïtieve theory-of-mind. Ze hebben moeite met meerdere, wisselende emoties, zoals bij begrafenissen, verdriet en sociale praatjes. Ook houden ze minder rekening met de interesses van hun gesprekspartner, waardoor de wederkerigheid in het contact kan missen. Om dezelfde reden zijn grapjes, leugentjes of dubbele woordbetekenissen moeilijk te begrijpen voor mensen met autisme.

De theorie van een zwak executief functioneren (EF)
Executief functioneren verwijst naar de vaardigheid om te gaan met situaties waarin snelle en routinematige oplossingen niet meer werken. Daarvoor is onder andere planning en flexibiliteit nodig. Mensen met autisme hebben hier moeite mee. Ze blijven bijvoorbeeld vasthouden aan een gekozen oplossingsstrategie, ook als deze niet meer werkt. Daarnaast hebben ze veel moeite met het gelijktijdig doen van meerdere dingen. Dit kan verklaren waarom mensen met autisme graag vasthouden aan routines en gewoontes en star zijn in hun doen en laten.

De theorie van een zwakke centrale coherentie (CC)
Centrale coherentie verwijst naar de vaardigheid om betekenis te verlenen aan (sociale) informatie. Mensen met autisme letten vaak vooral op details en kijken minder naar de samenhang. Ze nemen de werkelijkheid fragmentarisch en letterlijk waar. Daardoor kunnen ze sociaal onhandig gedrag laten zien. Deze theorie verklaart niet alleen de zwakke kanten van mensen met autisme. Het biedt ook een verklaring voor de kwaliteiten die bij sommigen voorkomen, zoals een detailkennis voor treinen of dinosaurussen.

Met dank aan:
Autisme Netwerk Friesland